Han Versluys-Aldus, over haar ouders en de thuissituatie:
Mijn ouders waren een gelukkig getrouwd stel mensen die als het ware voor elkaar geschapen waren.Vader was heel rustig en evenwichtig en, hoewel reeds jong behept met een zwak hart, een altijd doende en denkende man die ook in de nacht, als hij de slaap niet vatten kon, plannen voor 'zijn blinde kinderen' beraamde, hetgeen mijn moeder uiteraard niet toejuichte.
Moeder was in alle opzichten zijn rechterhand, een vrouw met een heel goed verstand en inzicht.
We hadden een fijne rustige jeugd met ouders die, beide uit atheïstische hoek komende, tijdens hun huwelijk christen werden.
Hierdoor werden wij opgevoed zonder calvinistische regels en dogma’s, maar werden de waarden van een juiste levenswandel vanuit Godsvertrouwen ons aangereikt.
Ongeveer 90 jaar geleden woonden zij in Zeist op het plein van
de Broedergemeente met kinderen Arie en Ied en namen daar in het gezin
enkele blinde kinderen op.
Na korte tijd, terwijl vader en moeder in het buitenland waren ter verbreding van hun kennis omtrent het blindenwezen, vloog het huis in brand en werd de nog tot op heden bestaande inrichting met internaat aan de Utrechtseweg gebouwd.
Vader was directeur en moeder hoofd van het internaat.
De naam Bartiméus ontleende vader aan de geschiedenis uit de Bijbel.
Na korte tijd, terwijl vader en moeder in het buitenland waren ter verbreding van hun kennis omtrent het blindenwezen, vloog het huis in brand en werd de nog tot op heden bestaande inrichting met internaat aan de Utrechtseweg gebouwd.
Vader was directeur en moeder hoofd van het internaat.
De naam Bartiméus ontleende vader aan de geschiedenis uit de Bijbel.
Ik herinner mij nog goed hoe vader en moeder beiden een op hout aangebrachte kaart van Europa fabriceerden.
Eerst een tekening gemaakt, daarna sloeg mijn vader de door mijn moeder aangereikte spijkertjes in een grote plank.
Daar vader zo’n zwak hart had moest hij af en toe een rustkuur ondergaan waarvoor hij van de arts elders moest kuren.
Daardoor logeerde hij in Hattum bij een zuster van moeder waar hij, zo herinner ik mij, in de serre lag.
Ook daar werd de tijd benut door het schrijven van twee boeken
nl. Blinde Hendrik en Het Lichtloze Land.
In ons gezin was hij altijd het rustpunt voor iedereen, ook voor de buitenwacht.
Bij ons kon, ondanks vaders gezondheid, iedereen terecht.
Bij ons kon, ondanks vaders gezondheid, iedereen terecht.